| Ieder jaar valt het slot
Ten langen leste geeft hij zich over. De frivole zomerhoed verfomfaaid, het gelag moet nog betaald. Zij blijft verdroomd hangen.
Ieder terras dronk haar, toch bleef zij ongenaakbaar. Steeds zag hij haar verdwijnen in het zwoele zwart, onberoerd
- verlangen smaakt het scherpst eenzaam brandend.
Hij is weer ouder. Een manke engel rammelt met een roestige bos sleutels. De cel gaat open. Geluid van regen.
Bron: Waybackmachine, Tilburg Literair
|
Cees van Raak (Tilburg, 1954) publiceerde als Cees Verraak de dichtbundels De dichter en ik (1988), Godinnen en andere vrouwen (1995) en Kiosk (1997), en onder eigen naam de studies Verstilde stad (1991), Funeraire geschiedenis van het huis Oranje-Nassau (1995) en Dodenakkers. Kerkhoven, begraafplaatsen, grafkelders en grafmonumenten in Nederland (1995). Gastredacteur van de Maatstaf-special over Brabant (1996), samensteller van enkele bloemlezingen en tevens aktief als organisator van literaire evenementen.
Bron: Waybackmachine, Tilburg Literair
|