Dier&Rijm
![]()
Het beest in mij is niet te temmen
Met hem & mij is ’t altijd feest
Het leest geen boek, speelt nooit backgammon
Gaat niet zwemmen neen; het racet
Gooit remmen los door lijf & geest
Met bitter lemon pest ik hem het meest
& bij ’t stremmen van mijn darm weet ik bedeesd:
De veest in mij is niet te temmen
II
Wat ik wil weten
Van liefst heel de fauna
Van pier & van potvis
Okapi & kip:
Wat is het nut nog van
Dierenberijmende
Verzenbeoefening
Zonder Kees Stip?
III
Waarom kunnen dieren eigenlijk niet rijmen?
Ze hebben spieren, nieren, klieren om te slijmen
& bezwijmen ondanks evolutiedrang
Behalve mier & wier. Die hebben hun geheimen
Ze zijn niet te lijmen met een vriendelijk woord
Ze hebben geen flauw benul hoe het hoort
& de vrouwen ervan halen Playboy niet
Maar natuurgetrouw zijn ze wel in hun soort
Dierenliefde scoort behoorlijker dan Puch
De vegetariër verloor’t in de kroeg
Toennie zei dat pieren nimmer kunnen rijmen
Nou ja, op stieren dan. & gieren, gek genoeg
IV
Hij was geen jood, maar niet puur ariër
Ook zijn hond was vegetariër
& hij noemde zijn kameel
Met vreugd & hoop Mein Dromedariër
V
Ik eet geen kip & geen tonijn
Niet om lijnen op te hippen
& nee, ik flip niet van dolfijnen
Maar at iedereen alleen maar zwijnen
Hadden we gister minder kippen
& zijn er morgen nog tonijnen
VI
Beestenwel&wee boeit mij geen zier
Vergast mijn speekselklier op schaap of ree
Ik ben geen kuddedier. Ik val best mee
Ik eet wel ophokvee, maar vecht geen stier