De straatartiest

De straatartiest
Er was eens, lang geleden, een arme straatartiest. Hij reisde met de kermis mee en zong liederen en vertelde verhalen. Op een dag stond hij te zingen op het marktplein en zag een heel mooie vrouw staan. Ze droeg zulke mooie kleren, zij moest wel een prinses zijn. Hij deed nog meer zijn best, omdat zij glimlachend naar hem stond te luisteren. Toen het optreden afgelopen was, was hij van plan haar aan te spreken, maar ze was al verdwenen.
De volgende dag trad hij weer op. Hij vertelde de mooiste verhalen en zong de mooiste liederen. Weer zag hij haar staan. En weer moest hij toezien hoe ze vertrok voordat hij haar aan had kunnen spreken.
Toen kwam er een man naar hem toe en zei: ‘Ik heb je wel zien kijken naar die mooie vrouw. Zij is de rijkste vrouw van de stad en ik weet hoe je haar hart kunt winnen’. ‘O ja’, vroeg de artiest nieuwsgierig, ‘hoe dan?’ ‘ ‘Eerst zul je rijk moeten worden en ik kan daar voor zorgen. Ik zal het mooiste lied ter wereld voor je schrijven, je zult er rijk en beroemd mee worden. Daarna kun je de vrouw van je dromen veroveren. Je hoeft alleen je handtekening onder dit contract te zetten’.
De muzikant was zo opgetogen, dat hij zonder te lezen zijn handtekening zette. Erg dom, maar ja, liefde maakt blind.
Na een week was het mooiste lied ter wereld af. De artiest zong het tijdens zijn optredens en ja hoor, de meest verharde zielen kregen tranen in de ogen van ontroering en de allertreurigsten begonnen te dansen van blijdschap. Oude ruzies werden bijgelegd, nieuwe liefdes bloeiden op, overal waar hij zijn lied zong. Op regenachtige dagen brak de zon door en de vogels zongen mee. De muzikant werd beroemd in alle steden en mensen kwamen van heinde en verre om het lied te horen. Hij werd rijker en rijker.
De muzikant gaf zijn paard en woonwagen af aan een arm zigeunermeisje en kocht een groot kasteel.
Zoals de man beloofd had, viel hij erg in de smaak bij de rijkste vrouw van de stad. Het duurde niet lang, of ze gingen trouwen.
De jaren verstreken en de muzikant bracht de tijd door met zingen en feesten in zijn kasteel met zijn mooie vrouw. Hij was alom bekend en gerespecteerd. Op een avond werd er hard op de deur gebonsd. De artiest opende de deur. Daar stond een boze tovenaar met een papier in de hand. ‘Weet je nog, het contract dat je getekend hebt?’ zei deze, ‘de termijn is verstreken. Als je minder verdiend hebt dan een miljoen vervalt alles aan mij, dus ga je geld maar tellen’. De artiest had nooit meer aan het contract gedacht en nu zag hij zich genoodzaakt zijn geld te gaan tellen.
‘Ik geef je drie dagen!’ riep de tovenaar en verdween in de nacht. De artiest begon te tellen. Hij telde alle goudstukken die hij bezat totdat hij omviel van vermoeidheid. Negenhonderdnegenennegentigduizendnegenhonderdnegenennegentig, één te weinig! De volgende dag toog hij aan het werk om een goudstuk te verdienen. Helaas, het lukte niet, want hij was in de macht van een boze tovenaar. Toen hij onverrichterzake huiswaarts keerde, was het slot vervangen. Zijn vrouw zat voor de haard, innig omarmd met contractant 1.
Verslagen zwierf hij door de stad. Daar zag hij zijn oude woonwagen. In de deuropening zat een zigeunerin.
Het arme meisje, aan wie hij zijn paard en wagen geschonken had, was inmiddels uitgegroeid tot een prachtige vrouw. Op haar verzoek zong hij voor haar een lied, dat hij ooit geschreven had. ‘Dit is het mooiste lied ter wereld‘, zei de vrouw. ‘Nee, dat is voorgoed voorbij’, antwoordde de muzikant. ‘Maar ik vind het het mooiste lied ter wereld’, zei ze. Zij keken elkaar in de ogen en wisten dat ze voor elkaar bestemd waren. De artiest besloot zijn leven te delen met deze mooie zigeunerin.
Toen de boze tovenaar hoorde over het nieuwe geluk, werd hij witheet van woede. Hij verdween met een enorme steekvlam in de grond, zoals bij tovenaars gebruikelijk. Niemand heeft ooit meer iets van hem vernomen.
De artiest hertrouwde en leefde nog lang en gelukkig.
Deze column is eerder gepubliceerd in stadsmagazine Tillywood