De nostalgische kermis

DE NOSTALGISCHE KERMIS
De kermis. Een evenement dat sinds mensenheugenis vermaak biedt aan jong en oud. Deze eerste groep weet niet beter, of de kermis is een verzamelplaats van mega-attracties, helse machines die, begeleid door oorverdovende muziek, de bezoeker door elkaar schudden en draaien of van grote hoogte naar beneden doen storten. ’Zwieren zwaaien, superrrrsnel door het luchtruim draaien!!’ zijn kreten die daarbij menigmaal uit de speakers schallen.
De oudere kermisbezoeker daarentegen herinnert zich nog de kijkattracties van weleer, zoals de bokstent, het rariteitenkabinet en de dikke dame. Niet snel of luidruchtig, maar destijds het toppunt van spanning en sensatie.
Vandaag bezoek ik een van die degelijke ouderwetse zaken, namelijk de waarzegtent van Mister Gondella. Ik vind ’Mister Gondella’s Mistery Palace’ verscholen tussen de Destructor en de Megafuck, een ietwat verschoten tentje met handbeschilderde borden met opschriften als, ‘Wat brengd de toekomst? Mister Gondella onthuld het!’ en ‘karakteranaliese voor een schapelijke preis.
Als ik het onooglijke tentje betreed, moeten mijn ogen eerst wennen aan het duister, maar dan zie ik aan een een tafeltje een man met een tulband die mij doorborend aankijkt. Voor hem liggen kaarten en er staat warempel een kristallen bol op een sokkeltje. ‘Welkom.’ fluistert hij nauwelijks hoorbaar en met een buitenlands accent. Er branden wierookstokjes en ondanks dat ik buiten de beats van de Flying Megafloeper nog hoor, overvalt mij toch een zeer mystiek gevoel.
Ik neem plaats tegenover de helderziende en nadat hij mij enige tijd indringend heeft aangekeken vraagt hij naar mijn geboortedatum. ’Drie juli.’antwoord ik naar waarheid.’Dan ben jij een kreeft.’ Inderdaad, dat is mijn sterrenbeeld, dat heb ik pasgeleden in een damesblad gelezen. Wel opmerkelijk zeg.
‘Ik ga nu jouw karakter omschrijven.’ Hij sluit de ogen en zegt langzaam: ‘Jij hebt een hekel aan vervelende dingen.’ En verrek, dat klopt precies. Maar voordat ik van mijn eerste verbazing ben bekomen vervolgt hij:’Jij gaat het liefst om met leuke mensen.’
Ik stond wat sceptisch tegenover deze waarzeggerij, dat geef ik ruiterlijk toe, maar nu ben ik toch onder de indruk. Deze man, die mij helemaal niet kent schetst daar even mijn karakter en het klopt als een bus. Het lijkt wel of hij dwars door mij heen kijkt. Ook een beetje beangstigend, dat wel.
De stilte wordt drukkend en de wierookdampen belemmeren mij helder te denken. Als de ziener vervolgens met zeer lage stem mij haast toezingt:’Jij houdt van lekker eten.’wordt het mij een beetje te veel. Ik wil nog wel iets van privacy behouden en ik neem enigszins gehaast afscheid, maar niet voordat ik hem de gevraagde dertig euro heb overhandigd.
Ik bezoek ook nog The Great Cornetto, de sterke man die ijzeren staven doorbijt alsof het peperkoek was. Amadeo Volenti, de man met drie benen en Aïscha, de vrouw zonder lichaam. Vooral deze laatste sensatie is erg indrukwekkend. Bij de ingang wordt je ervan verzekerd, dat hierbij geen spiegels, trucage of camera’s worden gebruikt, maar toch, eenmaal binnen slaat de twijfel toe. Dit kan haast niet echt zijn. Weer buiten echter, is iedereen volledig overtuigd en wordt er driftig nagepraat over dit ongelofelijke fenomeen.
Ik wil mij naar het rariteitenkabinet van Dr. Bullo begeven als mij opvalt dat de technobeats, die doorgaans de overhand hebben op de kermis verstomd zijn en ik slechts de draailier hoor die een vuurspuwer begeleidt. Achter de houten kermistenten zie ik paarden en ouderwetse woonwagens.
Ik zie een draaimolen die voortbewogen wordt door een pony, geëxploiteerd door een zekere ‘Dubbele Jan.’ Verdwenen zijn de Terrogator en de HullyGully. Verdwenen zijn ook de trainingspakken en roze leggings, om mij heen zie ik petten en plusfours en sommige dames dragen een parasolletje. In de verte hoor ik orgelklanken. Als ik verder loop zie ik een spiegeltent, waar mensen dansen op zeer oude feesthits die ten beste gegeven worden door een groot orgel. Bij de kop van jut staat een groepje jongens in manchester pakken elkaar de loef af te steken. Een man in een zwarte pandjesjas en een hoge hoed wil mensen laten kennismaken met de grootste sensatie aller tijden: de vrouw met de baard.
Ik besluit maar eens te vertrekken en daar waar straks mijn auto nog stond, staat nu een roestige transportfiets te wachten. Ik rijd naar huis langs een stinkende sloot, in de verte zie ik kerktorens en hoge schoorstenen. Ik vrees dat mij morgen een lange dag op de wollenstoffenfabriek staat te wachten.
Deze column is eerder gepubliceerd in stadsmagazine Tillywood
Plaats reactie