Kabouter Ep

KABOUTER EP
Kabouter Ep zat op een bankje voor zijn grote, rode paddestoel en mijmerde wat over de zin van het bestaan. Dat kon hij lang volhouden, het was ook een beetje een hobby van hem, mijmeren over de zin van het bestaan. Soms mijmerde hij ook wel eens over iets anders, maar dat duurde meestal niet zo lang. Nee, hij kwam toch altijd weer terug op zijn favoriete onderwerp, de zin van het bestaan, zoals gezegd. Eigenlijk mijmerde hij vrijwel iedere dag, hij kon als kabouter tenslotte zijn eigen tijd indelen. Of kabouter Ep nu ook iets zinnigs te vertellen had over de zin van het bestaan, is helaas niet bekend. Na lang mijmeren besloot hij een kopje thee te gaan zetten. Ep voldeed geheel aan alle clichés die over kabouters bestaan. De rode puntmuts, de witte baard, de pofbroek, de grote paddestoel waarin hij woonde, zelfs de witte stippen ontbraken niet. Raar eigenlijk dat er clichés over kabouters bestaan, terwijl niemand er ooit een gezien heeft. Kabouter Ep zat daar niet mee, hij deed al honderden jaren zijn kabouterdingen en had geen boodschap aan wat de mensen zeiden. Hij had ze al vaak gezien hoor en moest, zoals bijna alle kabouters, niet veel van ze hebben. Ze maakten zo’n herrie en lieten allemaal rotzooi achter in het grote bos. En wie kon het allemaal weer opruimen? Juist. De kaboutertjes.
Nou, zo zat Ep daar dus in het herfstzonnetje te nippen van zijn thee, toen hij een gerucht in de verte hoorde. Al gauw had hij het door, daar had je ze weer, mensen! Kabouters hebben heel goede oren en Ep hoorde al van verre dat het er twee waren, een man en een vrouw. Toen het stel eenmaal dichterbij was gekomen zag hij een vrouw met een lange paarse jurk aan en een man met een pijp en een baard. De vrouw gebaarde druk en riep,’ Hier is het, ik voel het!’ De man mompelde wat.
Kabouter Ep voelde zich wat ongemakkelijk, ze stonden recht voor zijn paddestoel. Gelukkig zijn kabouters onzichtbaar voor de meeste mensen, slechts een enkeling vermag ze te zien, maar dit vereist buitengewone spirituele gaven. De vrouw was aan een vreemde rondedans begonnen en riep iets over vibraties en contact maken. Ep vreesde het ergste. De man stond wat aan zijn pijp te lurken, terwijl de vrouw intussen een boom omarmde. ‘Draaf nu niet zo door, Lidewij,’sprak hij, Je weet best dat kabouters niet bestaan.’ De vrouw die met Lidewij aangesproken werd reageerde verbolgen.’Ach Tjeerd, doe toch niet zo negatief, stel jezelf toch eens wat meer open voor spirituele zaken. Kom, laten we een ontspanningsoefening doen, dan krijgen we eerder contact met deze lichtwezens.’ Daarop begon het tweetal met de armen te zwaaien en diep in en uit te ademen. Hierna gingen ze over tot een eentonig geneurie, waarbij ze de ogen gesloten hielden.
‘Contact zoeken met kabouters, die is gek.’mompelde kabouter Ep in zichzelf. Nauwelijks had hij dit gezegd, of daar zag hij Lidewij gevaarlijk dicht bij zijn paddestoel staan, in een trance-achtige toestand. De vrouw riep;’O, kabouters, ik voel jullie aanwezigheid, kom tot mij!’ Daarop liep ze met grote passen regelrecht op Kabouter Ep af.
Ep riep nog;’Kijk uit!’maar dat had geen enkel nut, want kabouters zijn voor de meeste mensen niet alleen onzichtbaar, maar ook onhoorbaar. Toen was het te laat. Lidewij was met haar grote sandaal bovenop Ep gaan staan. Daar was het kleine kereltje niet op berekend en hij blies ter plekke zijn laatste adem uit.
Lidewij stond even stil en het leek wel of ze iets gehoord had, maar Tjeerd riep; ’Kom Lidewij, ik denk niet dat we ze vandaag nog te zien krijgen.’ Na enig tegensputteren ging Lidewij mee en het stel verdween tussen de bomen.
Plaats reactie