Tilburg Virtueel

...een periodiek dat permanent verschijnt...

Ulysses - XII

Ulysses - XII

Tilburg
De 'Philip', 1.03 uur
Slachting der vrijers

“Excuseer me, mijn liefste. Ik ga even bier halen.”
“Ja. Doe dat maar.”, zei Penny verveeld.
Ulysses nam met pijn in zijn hart afscheid van Penny en volgde Anton en zijn vrienden richting het toilet. Die 'pussy' en zijn 'posse' wandelden met grote, zelfverzekerde stappen door de Philip, alsof het een uitgemaakte zaak was, alsof Penny al van hen was.
Ulysses hield afstand. “Niemand fuckt met mij en komt daar mee weg”, fluisterde hij, “Zeker jij niet, Anton.”
Die oen zette zijn glas op een tafeltje voor de ingang van het toilet, liep daarna de trap af, naar de kelder, waar de toiletten waren. Dan vroeg je er eigenlijk ook om. Ulysses haalde een klein flesje uit zijn broekzak en leegde de inhoud onopvallend in Antons glas. Hij had dit drankje eigenlijk voor een noodgeval met Penny willen gebruiken, maar... in zekere zin was dit ook zo'n soort noodgeval. Hoewel het eigenlijk niet nodig was om te blijven wachten, aangezien de inhoud van dit flesje altijd zijn werk deed verschool Ulysses zich enkele meters verderop, tussen de dansende lichamen, en keek wat er zou gebeuren. Dit werd genieten.
Hij hoefde niet lang te wachten. Anton kwam terug het toilet uit, zelfverzekerd, met grote stappen, gevolgd door zijn driekoppige entourage, nam meteen een slok van zijn bier. Hij liep vervolgens nog een paar meter, en moest zich toen aan een muur vastklampen om niet onderuit te gaan. Als een waanzinnige maaide hij met zijn armen, ogen puilend uit hun kassen alsof hij de wereld zag draaien. Zijn vrienden ontfermden zich onthutst over hem.
Ulysses stootte een van de bouncers van de Philip aan, een grote, zwarte baas. “Pssst. Toen ik net op het toilet stond was die kerel in het hokje naast me aan het trippen. Hij bood mij ook wat aan, maar ik weigerde beleefd. Normaal zijn het mijn zaken niet, maar ik geloof dat hij net ook wat waren aan een stel tienermeisjes probeerden te slijten. Zoiets kan deze tent de kop kosten, en ik kom hier zo graag.”
“Wel verdomme...” De bouncer stormde op Anton af, greep hem vast, en sleurde hem discreet richting de uitgang.
“Wel, dat was verrassend gemakkelijk.”, grijnsde Ulysses.

*

“Ik heb Anton uitgedaagd voor een tweegevecht”, zei hij Penny toen hij terugkwam.
“Sorry?” Ze keek geïrriteerd. Dit was niet goed. Had ze echt staan wachten op die sul?
“Anton komt niet meer terug. Ik heb hem overwonnen.”, grijnsde Ulysses.
“Hebben jullie... Je hebt toch niet gevochten?”
“Nee, beslist niet. Het was een eerlijk gevecht, één op één. Luister goed... Here's how it went down...”

Toen Ulysses het toilet in kwam stond Anton hem al op te wachten, met zijn vreselijke vrienden in zijn stinkende kielzog. Ze omsingelden Ulysses, blokkeerden de deur zodat er niemand in of uit kon. 
“Ze is van mij, hoor je me”, zei Anton, “Jij kunt maar beter weggaan, bemoeial.”
“Dat zullen we nog wel eens zien dan, met je lelijke conservatoriumkop.”, was het beste dat Ulysses kon bedenken. 
Vier, vijf vrijers staarden hem woedend aan, klaar om in de aanval te gaan. Dit was geen gevecht dat hij met zijn vuisten zou kunnen winnen. Hij moest een list bedenken, daar ontleende hij zijn bijnaam immers aan. 
“Laten we dit pleit hier en nu beslechten”, stelde Ulysses voor, “En je moet het met me eens zijn dat een simpele knokpartij een zekere... elegantie ontbeert. Ik weet een betere oplossing. We lossen ons geschil op... middels een 'pissing contest'.” Hij wees naar het urinoir. “Degene die voor de langste duratie zijn straal op dat vliegje midden in de pot kan houden zonder te missen, die heeft gewonnen.”
Anton dacht even na, realiseerde zich toen dat hij zelfs met vier man aan zijn zijde waarschijnlijk geen partij voor die dappere Ulysses was, en knikte zijn instemming. “Goed dan. Het is wat vulgair, maar...”
“Daar drink ik op.”, zei Ulysses, en hij dronk zijn glas leeg. Échte mannen namen hun bier mee naar het toilet. 
Ulysses en Anton gingen naast elkaar staan, pistolen in de aanslag. 
“3...2...1... Daar gaan we dan.”
Enkele seconden gingen voorbij. Ulysses' lichtgele straal kwam toen als eerste naar buiten en, zoals snel zou blijken, als enige. Hij trof de vlieg recht op zijn vleugels en bleef het dier bestoken, alsof het een brand was en hij de brandslang, zeker een minuut lang. Hij keek opzij naar Anton. “Nou, waar blijft het?”
Anton zag rood, sjorde tevergeefs aan het kleine, inmiddels rode aanhangseltje dat voor zijn geslacht moest doorgaan. “I-ik kan niet als er mensen staan te kijken.”, stamelde hij toen. Tranen rolden over zijn wagen terwijl hij beschaamd zijn gulp dichtknoopte en verslagen het toilet uit strompelde, als een hond. Het was alsof de schaamte hem moest overleven.

“En dát is wat er op het toilet gebeurd is”, besloot Ulysses, “Dat is waarom Anton niet meer terugkomt. Dát is mijn verhaal.”
“Okee dan. Ik heb jou uitgehoord, nu ga je mij uithoren. Maar ik ga me niet schor schreeuwen. Kom mee nou.” Penny zuchtte, leidde hem aan de hand mee naar buiten, waar het iets rustiger (en kouder!) was. Ulysses trok zijn vestje uit en sloeg dat om haar schouders. Het feit dat ze het aannam gaf aan dat het weer goed zat tussen hen.
“Ben je niet meer boos op me?”
“Nee... Nee, natuurlijk niet. Ik was nooit boos. Ik hoopte de hele avond al dat je zou komen, jij sufkop.”, zei ze, “Dat was de hele reden dat ik in de Philip was, die drukke rottent. Veel te bemoeizuchtig publiek hier. Ik snap ook wel dat jij veel beter bent dan zo'n slappe hap van een Anton. Maar je was er niet, je kwam maar niet. En toen zo'n kansloos Anton-figuur tegen me aan begon te dansen baalde ik helemaal. En toen kwam jij aanzetten, met zo'n vrolijke glimlach, alsof er niets gebeurd was. Ik wou je gewoon jaloers maken, denk ik.”
“Dat is heel goed gelukt”, zei Ulysses, terwijl hij zijn hand door haar haren streek, haar hoofd naar het zijne boog, “Want de gedachte van jou met een andere man doet mijn ziel in tweeën scheuren.”
“Wat zeg je dat toch mooi. Je bent zo goed met woorden.”
“Wat kan ik zeggen? Ik heb nu eenmaal een vlotte tong.”
“Laat maar eens proeven dan, die tong.”
Ze kusten, een halve seconde lang wist hij hoe Penny's lippen smaakten. Toen liet ze hem al weer los, deinsde terug. “Je ruikt naar een andere vrouw!”
Shit! “Ik kan het uitleggen. Laat me uitpraten...” Ulysses dacht terug aan het voorval dat hem deze andere geur had bezorgd, het voorval dat hij had verzwegen, en overwoog of dit het vertellen waard was...

VOLGENDE KEER: DE ECHTE FINALE.