Tilburg Virtueel

...een periodiek dat permanent verschijnt...

Madeltar's Gids voor Tilburg: 'De Geur van Tilburg'

Madeltar

Deze week: De Geur van Tilburg

De vraag van deze week komt van Geert de Groot, die zich het volgende afvraagt:
Als ik in Tilburg van het station kom en naar de fietsenstalling loop word ik altijd verwelkomd door een penetrante, zurige geur. Wat is dat? #madeltarsgids

Beste Geert,

Wat je ruikt is je eigen bovenlip!
Sorry, die was zo gemakkelijk dat ik het niet kon laten. Het echte antwoord zal je verbazen, Geert. Wat jij ruikt is wat odorologen 'De Geur van Tilburg' noemen. Deze geur is tegen en wil en dank het visitekaartje van Tilburg geworden.
Dit is niet altijd zo geweest. Nadat het internationale treinspoor 'Bels Lijntje' in 1931 dan toch naar het Tilburgse centrum werd doorgetrokken en Tilburg een eigen treintraject kreeg duurde het nog een drietal jaar voor de maatschappelijke vraag naar een Tilburgs treinstation zo hevig was dat het college van burgemeester en wethouders er wel gehoor aan móest geven. In die drie jaar was het gebruikelijk dat men in- en uitstapte vanaf een dikwijls natgeregend, braakliggend terrein ter hoogte van de Noordhoek. In sommige gevallen stopte de trein er niet eens, omdat onduidelijkheid bestond over waar de opstapplaats precies lag en meer dan eens zagen passagiers zich genoodzaakt met bagage en al uit de trein te springen met de hoop in de zachte modder te landen.
Over de bouw van het Centraal Station Tilburg, die na het startschot in 1934 zo'n 25 jaar gekost heeft en het leven koste aan 14 goede mannen en een nazi-collaborateur, zijn boeken vol te schrijven (en geschreven ook, zie bijvoorbeeld 'Vertraagd Station' van Thomas Rozenboom en 'Laatste Halte' van Tymen Trolski). Kort gezegd ontstond er vrijwel onmiddellijk een getouwtrek tussen aan de ene kant de Katholieke Kerk en aan de andere kant de clan Van Heek, een der rijkste textielfamilies van Tilburg. Beide partijen, op dat moment op het hoogtepunt van hun rijkdom en populariteit in Tilburg, zagen de bouw van het station als een prestige-project, als hun 'gift' aan de stad.
Een bijna zeven jaar durende bezetting door de nazi's (de laatste nazi's verlieten Tilburg pas in '47) en onenigheid over de locatie van het station wierpen verder roet in het eten. De kerk wilde dat de trein voor haar deuren stopte (een catastrofaal voornemen dat later, nadat alle glas-in-loodramen al waren gebarsten, altijd glashard door de kerk is doodgezwegen), terwijl de Van Heek-clan de voorkeur had voor het braakliggende terrein dat indertijd bekend stond onder de naam 'Spoorzone'. Geholpen door de groeiende ontzuiling wonnen de Van Heek uiteindelijk de strijd, maar zij betaalden de prijs, toen ze kort na het leggen van de fundamenten van het station als gevolg van de befaamde Mars van Hendrieckus voorgoed uit de stad werden verdreven.
Het punt waar ik met dit alles naartoe werk is dat van die oude Spoorzone. Begin jaren '50 bestond dit vergeten stukje onontgonnen Tilburg voor de helft uit moeras, en voor de andere helft uit een vuilstortplaats. Toen het station er in 1959 eindelijk stond was van dat moeras niets meer te zien (hoewel er de eerste tien jaar opvallend veel treinen in drijfzand verdwenen) maar de vuilstort raakte nooit helemaal uitgebannen. Men bleef hem ruiken.
En je ruikt het al, Geert. Precies op de plaats waar de vuilstort vroeger lag staat nou de fietsenstalling. Je zou kunnen zeggen dat je vijftig jaar oud afval ruikt, vijftig jaar oude mest en uitwerpselen, maar zo denkt het stadsbestuur er niet over. Want wat jij ruikt, Geert, dat is geschiedenis!

Vragen? Vragen! Tweet ze naar @madeltar o.v.v. #madeltarsgids