Tilburg Virtueel

...in cultuurbreedste zin

Procedure stadsdichter... versoepelen of moderniseren?

 

23 juni 2007: de nieuwe Tilburgse Stadsdichter is bekend. De onafhankelijke commissie koppelde competentie en wijsheid aan 'ambtelijke criteria'. De keuze van de adviescommissie is onomstreden. Van een soepele ontslagregeling hoeft wat mij betreft dan ook geen sprake te zijn...

Wel verbaas ik mij over de procedure om tot de keuze van een stadsdichter te komen: een sollicitatieprocedure, waarbij kandidaten worden uitgenodigd zich in de bescheiden showroom van de commissie te etaleren als literair vermogend, woonachtig in Tilburg, bewezen publicist, met aangetoonde kennis van en/of liefde voor Tilburg en zijn geschiedenis en "overeenkomstig de Tilburgse volksaard in het bezit van een flinke dosis spontaniteit, humor en relativeringsvermogen".
Mogelijk nog meer verbazing wekt het feit dat de onafhankelijke commissie zich deze procedure heeft laten aanleunen.
Eén van de commissieleden voerde aan dat een sollicitatieprocedure ook onbekende en/of jonge, beginnende dichters de mogelijkheid zou bieden om de schijnwerper op zich gericht te krijgen.
Een sympathiek argument, maar gezien de eerder genoemde criteria, niet valide. Immers, het criterium "reeds werk gepubliceerd hebben of reeds met werk hebben opgetreden" zou toch al voldoende garant moeten staan om in het blikveld van de commissie te geraken? Met andere woorden: een sollicitatieprocedure tast ook de competentie van de adviescommissie zelf aan.

Gênant vind ik het fenomeen dat tenminste drie Tilburgse dichters, met bewezen en alom gewaardeerde literaire kwaliteiten, met ‘aangetoonde kennis van en liefde voor Tilburg' en ‘in het bezit van een flinke dosis spontaniteit, humor en relativeringsvermogen' - de mate waarin is hier niet opportuun; ik stel immers niet de uiteindelijke keuze van de commissie ter discussie - voor een derde keer voor de sollicitatiecommissie hebben moeten verschijnen.
Nijmeegs stadsdichter Victor Vroomkoning laat hierover geen enkel misverstand bestaan: "Het stadsdichterschap is een uitverkiezing. De desbetreffende moet een man zijn die zijn sporen heeft verdiend, een oeuvre op zijn naam heeft. Een open sollicitatie is vernederend voor de kandidaten. Bovendien riskant want stel dat de beste kandidaten niet solliciteren, dan zit je opgescheept met een situatie zoals voorheen in Nijmegen. (...) De benoemingscommissie moet streven naar de aanstelling van de beste, niet naar de aanstelling van degene die (het beste) solliciteert."

Jasper Mikkers
'Het Leed dat een
Stadsdichter Kiezen Heet'



 
 





 

Huidig stadsdichter Nick J. Swarth drukt zich wat voorzichtiger en, in ieder geval geslachtelijk, minder vooringenomen uit: "Zolang de 'vox populi' buiten schot blijft, maakt de procedure me weinig uit. Het solliciteren leek aanvankelijk de oplossing die garandeerde dat ook niet gekende dichters en verborgen talenten een kans zouden krijgen. Na drie edities kun je stellen dat de ongekende dichter gewoonlijk niet voor niets ongekend is. (...) De functie zou meer het karakter van een erebaan krijgen als de commissie zelf iemand aanzoekt".
Swarth ligt meer op het hart: "Haal de procedure weg uit de zomermaanden. Nu duurt hij maar liefst vier maanden. (...) De hele procedure valt met de helft te bekorten als de aanstellingsdatum verschuift naar de 'dag van het gedicht', de Boekenweek of elk ander moment in het actieve seizoen. Daarmee zou je ook meer recht doen aan de zittende stadsdichter."

Als ik hoofd voorlichting zou zijn geweest van de nieuwe stadsdichter, zou ik in de aanloop naar de verkiezing hem de volgende diplomatieke woorden in de mond hebben kunnen leggen: "Ik heb ook weinig problemen met de procedure. (...) Good old Victor Vroomkoning heeft deels gelijk. Al is de ambtelijkheid van de functie maar een technische truc om de boel enige formaliteit mee te geven. Tenminste, ik heb noch Jace noch Nick ooit als ambtenaar beschouwd. Afijn, van mij dus geen tirades of andersoortige wilde woordbewegingen".
Na zijn uitverkiezing zou ik direct eervol ontslag hebben genomen met de verzuchting: "En vanaf nu enkel nog wilde woordbewegingen!".

Afgezien van het feit dat volgens Vroomkoning de stadsdichter een man zou moeten zijn (sic! een dichter verschrijve zich niet!), lijken zijn argumenten meer dan opportuun om in 2009 niet zozeer de sollicitatieregels te versoepelen, maar eerder om deze te dereguleren en te moderniseren. Geheel in de geest van deze tijd en in harmonie met de huidige politieke conjunctuur. Daarmee zou de onafhankelijke commissie meer recht doen aan haar eigen competentie én aan een eervolle uitoefening van het stadsdichterschap.

Ik kijk vanaf augustus reikhalzend uit naar de eerste presentatie van Tilburgs Stadsdichter 2007-2009, Frank van Pamelen...!

Documentatie: Regeling stadsdichter Nijmegen 2006-2008

Alard Govers,
Tilburg, 23-06-2007
(updated 30 april 2009)