Bij de gratie Gods

Bij de gratie Gods
Help, de koningin
Is plotseling verdwenen
Vergruist door onweer.
Niemand die haar ziet
Niemand heeft haar zien vergaan
Ook de koning niet.
De koning vond een brief
Met daarop groot geschreven:
“ik ben dus weg, dag.”
Naar het schijnt was zij
Al jaren ongelukkig
Door verandering.
Zelfs de pap was vies
Het heden beviel haar niet
De troon verstoten.
Hoe de mensen nu
Moeten hebben en willen
Van alles teveel.
Zelfs het wolkendek
Raast voorbij aan de regen
Geen tijd voor hagel.
Ze wilde niet meer
Het hoofd van onze staat zijn
Ze is nu alleen.
Op een wolk heel hoog
Zit ze boos te foeteren:
“zoek het zelf maar uit”
Pas als het volk weer
Denkt te weten wat goed is
Haalt de koning een
hoge trap en haalt
Het hoofd op, pas dan
Zijn we een staat.