Tilburg Virtueel

...in cultuurbreedste zin

Uit BN/De Stem: 'Tilburg als Absurdistan'

jeroendeleijer-groetenuittilburg

Tilburg als Absurdistan

'Een gemiddelde stad aan de snelweg', noemt striptekenaar Jeroen de Leijer zijn woonplaats Tilburg.
Absurdist Gummbah omschrijft zijn stad als 'de Aldi onder de steden', maar ook als 'een parel tussen twee vergissingen' (Den Bosch en Breda) en S. Lloyd Trumpstein doet daar nog een schepje bovenop door Tilburg af te schilderen als 'onwelriekende smeerolie voor zijn ziel', weliswaar gelegen tussen twee tombes des doods (dezelfde buursteden). Jeroen de Leijer: Groeten uit Tilburg

Tilburgse kunstenaars die met een beetje goede wil als absurdisten kunnen worden omschreven, als cartoonist Gummbah, dichter/performer Nick J. Swarth, filmmakers Leonard & Jeroen of componist Jacques Palinckx voelen zich goed thuis in het volkse en imperfecte Tilburg. Omgekeerd knuffelt de kunstwereld in de stad de kunstenaars zo'n beetje dood. En nu rammelt ook Grublit (lees de letters een keertje van achteren naar voren) vanaf 9 september aan de poort.

Dat Festival van het Absurde biedt onder meer optredens van Vlaamse absurdisten als Kamagurka en Wim Helsen, de bijzondere theatergroep Abattoir Fermé, muziek van het Beukorkest, onverwachte acts in de binnenstad en een kunstproject rond de Russische absurdistisch auteur Daniil Charms (1905-1942).
  
Is het toeval dat in Tilburg absurdisten zijn neergestreken of draagt de stad de geuzennaam Absurdistan met recht? Kunsthistorica Ingrid Luycks boog zich over deze vraag en schreef er een essay over. Haar conclusies zijn niet keihard. De concentratie absurdisten is absoluut geen toeval, beweert ze. De kunstopleidingen in de stad spelen daarbij een rol, maar het is niet zo dat absurdisme zit verankerd in de genen van de gemiddelde Tilburger.
Luycks schrijft dat de soms rauwe arbeidersstad wel een rijke inspiratiebron is voor kunstenaars die min of meer in de absurdistische hoek zitten. Bovendien blijkt uit haar grondige onderzoek dat in de stad al bijna een eeuw absurdistische of verwante kunstenaars wonen en werken, al ging dat aan het gros van de stadsbewoners voorbij. Klankdichter Antony Kok en de kunstenaars Theo van Doesburg en Evert Rinsema ontmoetten elkaar in het begin van de vorige eeuw al in hun door kunststroming het dadaïsme geïnspireerde culturele salon bij café Albert Jansen in Tilburg (nu Hotel Central).
Maar wat is het eigenlijk, dat absurdisme? Is het een synoniem voor humor? Luycks haalt die vergelijking onderuit. 'Er valt vaak te lachen, maar niet altijd. Absurdisme is het ongerijmde, het ontregelende, het onlogische en het onzinnige en is nauw verwant aan het nihilisme en existentialisme.'
De allereerste absurdistische beweging in Europa is het dadaïsme, ontstaan in Zürich rond 1916 als de Eerste Wereldoorlog nietsontziend toeslaat en de zin van het leven door filosofen en kunstenaars sterk wordt betwijfeld. Surrealisme treedt in de voetsporen van dada en in de zestiger jaren steekt Fluxus de kop op: een creatieve reactie op 'de imperialische, kapitalistische consumptiemaatschappij' met in Nederland Wim T. Schippers en Willem de Ridder als boegbeelden.
De vrije geest van de jaren zeventig werd in Tilburg vertolkt door de Grootste Luxe na de Kleuren Teevee, performances en muziektheater. Choqueren en verwarring zaaien waren de uitgangspunten. Luycks schaart ook componist Jacq Palinckx en kunstenaar Paul Bogaers in het rijtje van Tilburgse absurdisten. Bogaers publiceerde Onderlangs, een boek dat is samengesteld uit zinnen die hij vijftien jaar lang uit bestaande romans heeft geknipt.

In de jaren negentig ging het absurdisme in Tilburg pas echt los met De Bedenkelijk Kijkende Grondeekhoorn, een tijdschift waar het absurdisme vanaf spatte. Samenstellers waren Gummbah (Gertjan van Leeuwen), Jeroen de Leijer, Ivo van Leeuwen en S. Lloyd Trumpstein (Stephan de Weert). De kunstenaars vormden ook De Bond tegen Humor. Gekleed in zwarte uniformen en met megafoons trokken ze door het land om te strijden tegen de 'humorterreur in de reclame'.
Er gebeurt nogal wat met het absurdisme in Tilburg. Kunstenaars laven zich aan de pretentieloosheid in de stad, de nikserigheid, concludeert Lucycks. Ze kunnen dingen uitproberen en er mag ook een keer iets mislukken.
Of zoals Jeroen de Leijer het zegt: "Het is een van de weinige steden waar je als absurdist met rust wordt gelaten."

Bron: BN/De Stem, Joost Goutziers